Fisckwartaaltje

ONDERNEMER

Laag btw-tarief digitale publicaties

De invoering van het 6%-tarief (vanaf 2019: waarschijnlijk 9%) op digitale media is een stapje dichterbij gekomen. Op Europees niveau is hierover op 2 oktober jl. eindelijk overeenstemming bereikt en zijn hierover afspraken gemaakt tussen de lidstaten. Minister Hoekstra van Financiën heeft aangegeven dat hij de gelijkstelling van het btw-tarief voor digitale en papieren media zo snel mogelijk wil invoeren. Toch wordt het wetsvoorstel niet eerder dan in 2019 verwacht. Nadat het wetgevingstraject is afgerond, zal de Belastingdienst nog ten minste drie maanden nodig hebben om het verlaagde btw-tarief voor digitale kranten, tijdschriften en boeken door te voeren. Maar de belangrijkste horde – overeenstemming binnen de EU – is genomen.

Versterking positie franchisenemers

Er is een nieuwe wet voor de franchisesector in de maak, die de positie van de franchisenemer moet versterken. De nieuwe wetgeving krijgt een andere opzet dan de eerder geconsulteerde regeling, waarin een gedragscode werd verankerd. De nieuwe regeling focust op vier deelgebieden: de precontractuele informatie-uitwisseling, de tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst, het overleg tussen de franchisegever en de franchisenemer(s) en de beëindiging van de franchisesamenwerking. Het conceptwetsvoorstel moet dit najaar in consultatie gaan.

Help! Uw leverancier komt

zijn verplichtingen niet na Stel, u sluit een overeenkomst met een leverancier, maar die komt zijn verplichtingen niet of onvoldoende na. Dan kunt u niet zomaar overgaan tot ontbinding van de overeenkomst en een schadevergoeding claimen. U moet via een aanmaning (ingebrekestelling) de leverancier eerst in de gelegenheid stellen om binnen een bepaalde termijn alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Pas daarna is er sprake van een verzuim en kunt u overgaan tot ontbinding van de overeenkomst en een schadevergoeding vorderen. Slechts in uitzonderingssituaties treedt het verzuim in zonder ingebrekestelling.

Uitzonderingssituaties

Die uitzonderingen doen zich bijvoorbeeld voor wanneer een afgesproken fatale termijn voor nakoming van de verplichtingen ongebruikt verstrijkt of als uit opmerkingen van de leverancier is op te maken dat hij zijn verplichtingen niet zal nakomen. Ook kan de redelijkheid en billijkheid een rol spelen. Een voorbeeld: u had een ingebrekestelling wel moeten versturen, maar een beroep van de leverancier op het ontbreken daarvan wordt toch niet gehonoreerd, omdat dit op grond van de redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar zou zijn. Er kunnen ook omstandigheden zijn waarbij u een ingebrekestelling achterwege mag laten op grond van de redelijkheid en billijkheid.

NHG-hypotheek voor ondernemers na 1 jaar

Iedere ondernemer die ten minste 1 jaar actief is, kan een hypotheek met NHG afsluiten. Tot voor kort moest u ten minste 3 jaar ondernemer zijn om hiervoor in aanmerking te komen. De NHG heeft hiervoor de inkomensverklaring Ondernemer geïntroduceerd. Uw inkomen wordt door onafhankelijke experts berekend op basis van de verdiencapaciteit. De inkomensverklaring kunt u aanvragen via de site van de NHG en wordt binnen 5 werkdagen opgeleverd. De verklaring is vervolgens een half jaar geldig en bruikbaar voor meerdere geldverstrekkers.

Let op

De maximale koopsom van een woning voor een financiering met NHG is momenteel € 265.000. Waarschijnlijk gaat deze kostengrens volgend jaar omhoog naar € 290.000.

DGA

Maatregelen tegen veel lenen bij uw bv

Het lenen bij uw eigen bv boven een bedrag van € 500.000 wordt vanaf 2022 belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Dat wil zeggen dat u over het meerdere 25% (huidig tarief) inkomstenbelasting moet betalen. Als de voorstellen uit het Belastingplan 2019 doorgaan, dan wordt dit aanmerkelijk belangtarief in 2021 zelfs verhoogd naar 26,9%. Voor bestaande en nieuwe eigenwoningschulden van uw eigen bv komt er een overgangsregeling. Bovenop deze eigenwoningschuld geldt een aanvullende drempel van € 500.000 voor u en uw partner gezamenlijk. Het wetsvoorstel met deze maatregelen wordt in het voorjaar van 2019 ingediend bij de Tweede Kamer.

Tip

Inventariseer uw schulden bij uw eigen bv. Zijn deze hoger dan € 500.000? Zorg dan dat u de schuldenlast vóór 2022 heeft teruggebracht tot maximaal € 500.000.

Bijtelling auto telt mee voor gebruikelijk loon

Rijdt u in uw auto van de zaak meer dan 500 km per jaar privé? In dat geval heeft u te maken met een bijtelling bij uw loon uit uw bv. Die bijtelling telt ook mee voor het bepalen van het gebruikelijk loon die u als dga geacht wordt te ontvangen van uw bv. Dat gebruikelijk loon bedraagt in 2018 het hoogste bedrag van:

  • 75% van het zakelijk loon van de dga;
  • het loon van de meestverdienende werknemer van de bv (of verbonden vennootschap);
  • € 45.000.

Even rekenen

Stel, u moet voor het gebruikelijk loon in 2018 € 45.000 hanteren en de bijtelling van uw auto bedraagt € 15.000. Dan moet uw bv aan u nog bruto loon toekennen van € 30.000.

Voorkom hoofdelijke aansprakelijkheid bij turboliquidatie

Er is een snelle manier om uw bv te ontbinden. Dit is de zogenoemde ‘turboliquidatie’. Nadat de algemene vergadering van aandeelhouders hiertoe heeft besloten, houdt uw bv in beginsel direct op te bestaan. Een belangrijke voorwaarde voor een turboliquidatie is dat er op het moment van het besluit tot ontbinding geen baten aanwezig zijn in uw bv. In tegenstelling tot de gang van zaken bij een normale ontbindingsprocedure is het dan niet nodig om een vereffenaar te benoemen. Blijkt echter later dat er ten tijde van het ontbindingsbesluit toch baten waren? In dat geval worden de bestuurders geacht dermate verwijtbaar onzorgvuldig te hebben gehandeld, dat zij hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schulden van de bv!

Normale ontbindingsprocedure

Zijn er wel baten in uw bv? In dat geval moet het vermogen van uw bv worden vereffend. Er moet dan een plan van verdeling van het vermogen worden gemaakt en de vereffenaar moet de rekening en verantwoording daarvan deponeren en publiceren in een landelijk dagblad. Daarna geldt een wachttijd van twee maanden, waarin belanghebbenden zich tegen de ontbinding kunnen verzetten.

Kortom, de normale ontbindingsprocedure duurt langer dan een turboliquidatie en is duurder door de kosten die hieraan zijn verbonden. Maar gezien de risico’s die soms kleven aan een turboliquidatie, is het misschien wel een overweging waard om deze normale ontbindingsprocedure toch te volgen.

Van eenmanszaak naar bv: zeg vrijwillige ZW-verzekering op

De vrijwillige Ziektewetverzekering (ZW-verzekering) kunt u vrijwel altijd beëindigen als u uw onderneming voortaan in een bv gaat drijven. Dit geldt ook als u een minderheidsaandeelhouder bent geworden. U zal dan namelijk meestal verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Denk daarom bij de inbreng van uw voormalige IB-onderneming in een bv ook aan de gevolgen voor de vrijwillige verzekeringen! Zodra u dga van uw bv bent geworden, heeft u een arbeidsovereenkomst met uw bv. Hierdoor moet uw bv bij ziekte 2 jaar lang loon doorbetalen. De vrijwillige ZW-verzekering zal daarom niet uitkeren. Vraagt u bij ziekte een ZW-uitkering aan bij het UWV? Ook dan wordt een uitkering om dezelfde reden geweigerd, ondanks de door u betaalde premies. Bovendien worden de ten onrechte betaalde premies niet terugbetaald.

Ingangsdatum ODV-uitkeringen

Stel, u overweegt om de in uw bv opgebouwde pensioenaanspraken om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV). De ingangsdatum van de ODV-uitkeringen is gekoppeld aan de leeftijd waarop u AOW-uitkeringen gaat ontvangen. De ODV-uitkeringen mogen maximaal vijf jaar voorafgaand aan uw AOW-leeftijd ingaan; uitstellen van de ingangsdatum is niet mogelijk. De ingangsdatum van de ODV-uitkeringen is dus niet gelijk aan de ingangsdatum van uw oorspronkelijke pensioenaanspraken. Houd met dit aspect wel rekening bij de afwegingen om uw pensioenaanspraken in een ODV om te zetten. Een eventuele keuze voor omzetting in een ODV moet u uiterlijk 31 december 2019 hebben gemaakt. 

Voorbeeld

U wordt op 1 november 2018 60 jaar en u heeft pensioenaanspraken die ook ingaan op uw 60ste. Uw AOW-leeftijd is 67 jaar en 6 maanden (1 mei 2026). Besluit u om uw pensioenaanspraken om te zetten in een ODV, dan is de vroegst mogelijke ingangsdatum van de ODV-uitkeringen 1 mei 2021. U heeft dan dus een inkomensgat voor de periode van 1 november 2018 tot 1 mei 2021.

WERKGEVERS EN WERKNEMERS

Zieke werknemer houdt recht op leaseauto 

Het is verstandig om als werkgever bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst met uw werknemer goede afspraken te maken over het gebruik van een leaseauto en andere bedrijfsmiddelen. Dit blijkt maar weer eens uit de volgende recente gerechtelijke uitspraak. Een werknemer is al ruim 15 jaar werkzaam als officemanager en rijdt een leaseauto van de zaak. Op het moment dat hij ziek wordt, moet hij na korte tijd zijn auto, tankpas en telefoon inleveren. De werkgever heeft deze nodig, nu hij net een bedrijf heeft overgenomen. Omdat de werknemer al vanaf zijn indiensttreding zowel zakelijk als privé gebruikmaakt van de leaseauto, is er sprake van een bestendig gebruik. Dit mag dan ook, net als het al enkele jaren toegekende gebruik van de telefoon, als een arbeidsvoorwaarde worden gezien, oordeelt de rechter. De werknemer kan dan ook een vervangende vergoeding eisen vanwege de inname van de bedrijfsauto en de blokkering van zijn tankpas.

Tip

U kunt bijvoorbeeld ten aanzien van het privégebruik vastleggen dat de werknemer de auto bij ziekte na een aantal nader te bepalen weken moet inleveren, zonder dat hij/zij recht heeft op financiële compensatie.

Verzoek om verkorting duur loonsanctie ten onrechte geweigerd

U kunt als werkgever het UWV verzoeken om de duur van de aan u opgelegde loonsanctie (loon doorbetalen in het derde ziektejaar) te verkorten. Het UWV beoordeelt dan of u de gebreken heeft hersteld die aan u zijn medegedeeld bij het opleggen van de loonsanctie. Deze beoordeling is niet gelijk aan een WIA-beoordeling. Zo speelt hierbij vrijwel geen rol of er theoretische functies op de arbeidsmarkt voor de werknemer kunnen worden aangegeven. Dit is van belang bij de WIA-beoordeling na 2 jaar ziekte. De Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van de sociale zekerheid, vernietigt daarom een beslissing van het UWV om een verzoek om verkorting van de loonsanctie af te wijzen.

Tip

Legt het UWV aan u een loonsanctie op? Laat een deskundige binnen 6 weken na de datum van de beslissing van het UWV beoordelen wat de kans op succes is bij bezwaar hiertegen. Een deskundige kan ook beoordelen wat de kans van slagen is van een verzoek om die loonsanctie te verkorten.

Hogere bijtelling voor elektrische auto’s

Het rijden in een nul-emissieauto van de zaak is vanaf volgend jaar een stuk duurder. Dat komt doordat het bijtellingspercentage van 4% voor het privégebruik van auto’s zonder CO2-uitstoot vanaf 1 januari 2019 niet meer van toepassing is op de volledige cataloguswaarde van de auto. Voor zover die waarde meer bedraagt dan € 50.000 geldt een bijtelling wegens privégebruik van 22%.

Voorbeeld ter verduidelijking

De bijtelling voor een nieuwe elektrische auto van bijvoorbeeld € 80.000 bedraagt vanaf 2019 € 8.600, namelijk 4% bijtelling over € 50.000 is € 2.000 plus 22% over € 30.000 is € 6.600. Dit is 10,75% van de cataloguswaarde. Nu is die bijtelling slechts € 3.200 (4% over € 80.000).

Let op

De maatregel geldt niet als de auto uitsluitend op waterstof rijdt.

Einde 60-maandentermijn

Rijdt u al in een nul-emissieauto van de zaak? In dat geval geldt hiervoor een overgangsregeling, waardoor u vanaf de eerste tenaamstelling nog 60 maanden de bestaande bijtelling mag hanteren. Rijdt u in een nul-emissieauto met een eerste tenaamstelling in 2013, dan vervalt deze termijn dus in 2018. 

Wat betekent dit voor uw bijtelling als u in deze auto blijft rijden?

Stel, u rijdt in een volledig elektrische auto die op 1 november 2013 voor het eerst op naam is gesteld in het kentekenregister. U heeft dan nog tot 1 november 2018 0% bijtelling wegens privégebruik van de auto. Op 1 november 2018 vervalt de 60-maandentermijn en wordt de bijtelling wegens privégebruik 7%. En bovendien geldt dat vanaf 2019 na de 60-maandentermijn de bijtelling zelfs 25% wordt voor zover de cataloguswaarde meer bedraagt dan € 50.000. Als u langer een lagere bijtelling wenst, zult u de auto van de zaak nog dit jaar moeten vervangen door een nieuwe volledig elektrische auto. Het bijtellingspercentage bedraagt dan 4% over de volle cataloguswaarde.

Uitbreiding recht op transitievergoeding

Een werknemer kan ook recht op een transitievergoeding hebben bij een gedeeltelijk ontslag of inkrimping van het aantal uren. Tot dat oordeel komt de Hoge Raad, de hoogste rechter. De zaak betreft een lerares met een volledige dienstbetrekking die na 2 jaar ziekte wordt ontslagen. Haar werkgever biedt haar echter aansluitend een dienstverband aan voor 55%. De Hoge Raad vindt dat zij recht heeft op een gedeeltelijke transitievergoeding, als sprake is van een substantiële en structurele vermindering van arbeidsuren. Onder een substantiële vermindering moet worden verstaan een reductie van de arbeidstijd van ten minste 20%. Onder structurele vermindering van uren verstaat de Hoge Raad een vermindering die naar redelijke verwachting blijvend is. Bijvoorbeeld vanuit bedrijfseconomische redenen of bij langdurige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

Tip

In dit laatste geval kunnen werkgevers vanaf april 2020 de transitievergoeding verhalen op het UWV.

Gebruik fictief BSN mag niet

Sommige werkgevers gebruiken een fictief burgerservicenummer (BSN) in de aangifte loonheffingen als het echte nummer (nog) niet bekend is. Dat mag niet, waarschuwt de Belastingdienst. Hierdoor kan het voorkomen dat een nummer bijvoorbeeld wordt gekoppeld aan een al bestaand persoon. Als u het BSN (nog) niet weet, dan moet u het personeelsnummer in een aparte rubriek in de loonaangifte vermelden en het anoniementarief toepassen (52%). Zodra u het BSN van de werknemer weet, dan moet u in de eerstvolgende loonaangifte zowel het personeelsnummer als het BSN aangeven.

Zwangere werkneemster moet medische verklaring voortaan zelf bewaren

Er ligt een voorstel dat zwangere werkneemsters met ingang van 1 januari 2019 de verklaring van een arts of een verloskundige over de vermoedelijke bevallingsdatum zelf moeten bewaren. Op verzoek van het UWV moeten de werkneemsters deze verklaring kunnen overleggen. Daarmee wordt deze regeling gelijk aan de regeling bij zwangere zelfstandig onderneemsters en meewerkende echtgenoten.

Op grond van de bestaande regels vraagt u voor de zwangere werkneemster een uitkering wegens zwangerschap en bevalling aan en bewaart u de verklaring. Op verzoek van het UWV moet u deze verklaring kunnen overleggen. De aanpassing van de regeling is nodig omdat de nieuwe privacywetgeving strengere eisen stelt vanwege het medisch karakter van de verklaring.

Tip

Informeer uw werkneemsters over deze wijziging per 1 januari 2019, zodat zij dit in voorkomende gevallen zelf kunnen regelen met het UWV.

Heeft uw zieke oproepkracht recht op loon?

Dat hangt er van af. In Nederland zijn zo’n 950.000 oproepkrachten actief, waarvan ruim de helft bestaat uit scholieren en studenten. Als de oproepkracht ziek wordt, moet u in ieder geval de uren betalen waarvoor deze werknemer is ingepland. Maar heeft u de zieke werknemer gedurende 3 maanden structureel ingezet? In dat geval moet u het loon betalen op basis van het gemiddeld aantal uren. Er is sprake van structureel werken als uw werknemer 3 maanden lang ófwel iedere week heeft gewerkt óf wanneer hij of zij elke maand ten minste 20 uur heeft gewerkt. 

0-urencontracten

Er is vaak onduidelijkheid bij 0-urencontracten of de werknemer recht heeft op 70% van zijn loon bij ziekte. Dit hangt sterk af van de feitelijke situatie en níet van wat er op papier (het oproepcontract) is gezet. Overigens kunnen er wel goede afspraken worden gemaakt met betrekking tot het werkaanbod. U kunt in ieder geval voor de eerste 6 maanden afspreken dat als er geen werk is, een werknemer geen loon kan claimen. Dit moet u regelen in de oproepovereenkomst. Let hier dus goed op.

Reageer tijdig op een verzoek om arbeidstijdverkorting

Uw werknemer kan u verzoeken om aanpassing van de arbeidsduur of de werktijden, mits hij/zij op de beoogde ingangsdatum ten minste een half jaar in dienst is. U moet aan dit verzoek tegemoetkomen, tenzij u daartegen zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen heeft. Het verzoek leidt bijvoorbeeld tot ernstige veiligheidsproblemen of ernstige financiële problemen. U kunt het verzoek dan afwijzen, voorzien van een schriftelijke motivatie. Maar doe dat wel op tijd! Dat wil zeggen minimaal een maand voor de ingangsdatum. Beslist u niet tijdig, dan wordt de gevraagde wijziging doorgevoerd.

Let op

Uw werknemer kan u ook verzoeken om op een andere arbeidsplaats te mogen werken (bijvoorbeeld thuiswerken). In dit geval heeft u geen zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang nodig om het verzoek af te wijzen. Maar u moet de afwijzing wel kunnen motiveren.

Ook termijnen voor uw werknemer

Ook uw werknemer is gebonden aan termijnen. Hij/zij moet het schriftelijk verzoek om aanpassing van de arbeidsduur, werktijden of arbeidsplaats uiterlijk doen twee maanden voor de ingangsdatum. Is het verzoek ingewilligd of afgewezen? In dat geval kan uw werknemer niet eerder dan na een jaar een nieuw verzoek doen.

Werknemer moet arbeidsongeschiktheid melden bij pensioenfonds

De meeste pensioenregelingen kennen een bepaling waaruit voortvloeit dat de pensioenregeling premievrij wordt voortgezet bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De pensioenuitvoerder neemt dan als het ware de premiebetaling over. Houd in voorkomende gevallen dan wel in de gaten dat er aan een dergelijke voortzetting voorwaarden verbonden kunnen zijn. Een van die voorwaarden is vaak dat de deelnemer bij het pensioenfonds moet melden dat hij/zij arbeidsongeschikt is. Een dergelijke melding is dus echt nodig om het recht van premievrije voortzetting te verkrijgen.

ELKE BELASTINGBETALER

Aftrek monumentenpanden vervalt; aftrek scholingsuitgaven nog niet

Op Prinsjesdag is het streven al aangekondigd om per 1 januari 2019 de fiscale monumentenaftrek definitief te vervangen door een subsidieregeling. Hiervoor is inmiddels een wetsvoorstel aangenomen bij de Tweede Kamer. De afschaffing van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven wordt opnieuw uitgesteld. De aftrek scholingsuitgaven moet met ingang van 1 januari 2020 worden vervangen door een individuele leerrekening in plaats van de invoering van scholingsvouchers (waar eerder van werd uitgegaan).

Percentages forfaitair rendement in box 3 voor 2019

De definitieve rendementen voor de heffing van box 3 in 2019 zijn bekendgemaakt. Dit betekent een verlaging van de box-3-heffing voor de kleine spaarder, maar grote vermogens zullen juist zwaarder worden belast in box 3. In de eerste vermogensschijf (tot € 71.651) bedraagt het rendement 1,94% (nu: 2,02%) en in de tweede vermogensschijf van € 71.651 tot € 989.737 vermogen 4,45% (nu: 4,33%). In de derde vermogensschijf van vermogens boven de € 989.736 bedraagt het forfaitair rendement 5,60% (nu: 5,38%).

Aflossen eigenwoningschuld niet altijd de beste keuze

Sinds 1 januari 2001 is de hypotheekrente nog maximaal 30 jaar aftrekbaar. Vanaf 2031 zullen dus de rentes niet meer fiscaal aftrekbaar zijn voor de eerste eigenwoningschulden. De schuld verschuift dan van box 1 naar box 3. De AFM en DNB waarschuwen nu al voor de risico’s van de afloop van de renteaftrektermijn voor huiseigenaren. Bovendien wordt vanaf 2019 gestart met de afbouw in 30 jaar van de regeling waarbij u geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij uw inkomen als u geen of slechts een kleine hypotheekschuld heeft. Het eigenwoningforfait wordt dus een (deels) belaste bijtelling. De vraag rijst of het daarom altijd zinvol is om uw hypotheek deels of volledig af te lossen voor het einde van de renteaftrekperiode?

Wel of niet aflossen?

Zonder hypotheekschuld zijn uw maandelijkse woonlasten een stuk lager. Afgezien van de onroerendezaakbelasting (WOZ) en de onderhoudskosten woont u goedkoop. Een huis zonder hypotheek zorgt voor onafhankelijkheid. Daalt uw inkomen fors, bijvoorbeeld door werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of doordat u met pensioen gaat, dan zal dit niet direct van invloed zijn op de betaalbaarheid van uw woonlasten. Verhuizen zal daardoor meestal niet nodig zijn.

Toch kan het deels of volledig aflossen niet altijd de beste keuze zijn. Als u op termijn het voordeel van lagere woonlasten wilt bereiken, kan dat nu een (te) forse aanslag op uw vrije middelen betekenen. Geadviseerd wordt om ten minste drie maandsalarissen als financiële buffer achter de hand te houden voor noodgevallen.

U kunt ook van plan zijn om voor de einddatum van de aflossing van uw eigenwoningschuld te verhuizen naar een goedkopere woning. Daardoor kunt u uw huidige eigenwoningschuld (deels) aflossen. Heeft u een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW) of een Beleggingsrecht eigen woning (BEW)? U bouwt dan tijdens de looptijd een kapitaal op, waarmee u de aflossing van de eigenwoningschuld (deels) kunt betalen. Aflossen levert met de huidige lage spaarrentes doorgaans meer op dan sparen. Maar dit hoeft niet het geval te zijn als u het risico wilt nemen om te beleggen. Het te verwachten nettorendement op beleggingen kan hoger zijn dan het voordeel van aflossen.

Tip

Er zijn situaties denkbaar waarin het (deels) aflossen van uw eigenwoningschuld verstandig is. Maar er zijn ook situaties denkbaar waarin dit niet nodig is of dit niet de beste keuze is. Weeg alle aspecten tegen elkaar af, zodat u een goede keuze kunt maken. Het is verstandig om hierbij een financieel planner te betrekken.

SDE+ subsidie (zonnepanelen) open

De subsidieregeling ‘Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)’ is sinds 2 oktober jl. weer opengesteld. In dat kader kunt u een aanvraag indienen voor de categorieën Zon, Biomassa, Geothermie, Water en Wind. Al jaren wordt een groot gedeelte van het budget ingezet in de vorm van een tegemoetkoming op zonnepanelen. De subsidieregeling vergoedt het verschil in kostprijs tussen grijze en groene energie over een periode van 15 jaar. In die periode verdient u het investeringsbedrag met de SDE+ nagenoeg terug. De openstelling sluit weer op 8 november 2018.

Bewaar oude aangiften

Met bewaren kunt u veel geld uitsparen, zo blijkt uit de zaak van een man die in 1997 een beleggingsverzekering had afgesloten. Hij betaalde hiervoor tot en met 2002 lijfrentepremie. Daarna wordt de polis premievrij gemaakt. De man ontvangt vanaf 2013 uitkeringen uit deze verzekeringspolis, maar geeft deze niet aan in zijn IB-aangiften. Hij meent dat de zogenoemde saldomethode van toepassing is, waardoor de uitkeringen niet belast zijn. Bij de saldomethode mogen betaalde premies die niet in aftrek zijn gebracht in de inkomstenbelasting worden afgetrokken van de uitkeringen. Alleen het saldo van de uitkeringen minus de niet-afgetrokken premies is dan belast met inkomstenbelasting. De inspecteur heeft de uitkeringen volledig tot het belastbaar inkomen van de man gerekend. De rechter vindt dat terecht omdat de inspecteur kan aantonen dat de man in een aantal jaren premieaftrek heeft genoten. De man kan echter het tegendeel niet bewijzen.

Tip

Hoewel voor deze particulier geen bewaarplicht geldt, was het toch verstandig geweest dat hij de oude aangiften had bewaard. Zo had hij wellicht wel kunnen aantonen dat er in het verleden geen premieaftrek is genoten en had hij de saldomethode mogen toepassen. Voor de IB-ondernemer geldt een bewaarplicht van zeven jaar. Maar ook dan is het van belang om oudere aangiften te bewaren. Polissen lopen immers vaak veel langer dan deze termijn.

Vraag tijdig voorlopige aanslagen aan en verlaag uw box-3-grondslag

Bepaalde belastingschulden worden niet in aanmerking genomen bij de rendementsgrondslag van box 3. Verzoek daarom om een voorlopige aanslag en zorg ervoor dat u die aanslag betaalt voor het einde van het jaar. De betaling vermindert uw vermogen en verlaagt dus de grondslag van box 3. Legt de inspecteur de aanslag niet tijdig op, dan kunt u niet tijdig betalen en zou u de belastingschuld niet in aanmerking kunnen nemen in box 3. Er wordt daarom goedgekeurd dat als u vóór 1 november 2018 schriftelijk om een (nadere) voorlopige aanslag verzoekt, de desbetreffende belastingschuld al per 1 januari van het volgende jaar (peildatum box 3) als betaald mag worden beschouwd bij de berekening van de grondslag van box 3.

Meer kinderbijslag en kindgebonden budget in 2019

Volgend jaar wordt de basiskinderbijslag met € 22,19 per kwartaal verhoogd voor alle gezinnen met kinderen tot (in beginsel) 18 jaar. Daarnaast krijgt de alleenstaande of alleenverdienende ouder met een thuiswonend kind tussen 3 en 18 jaar dat bepaalde mate van intensieve zorg nodig heeft, een verhoogd extra bedrag van € 88,75 per jaar.

Ook het kindgebonden budget gaat in 2019 omhoog. In tegenstelling tot de kinderbijslag is het kindgebonden budget wel inkomensafhankelijk. De grens van het gezamenlijk toetsingsinkomen waarbij nog recht bestaat op kindgebonden budget, ligt nu bij ongeveer € 58.000. Volgend jaar ligt die grens bij ongeveer € 75.000.